Een ode aan de onzichtbare schrijfster

Wat betekent dat eigenlijk “stelen van woorden” ?

Stelen veronderstelt een duidelijk object, een eigenaar, een handeling. Iets dat wordt weggenomen, verplaatst, toegeëigend. Maar zo werkte schrijven nooit. In de geschiedenis van het schrijven is er zelden een moment aan te wijzen waarop iemand iets vastpakte en zei: dit is van mij. En toch werd er steeds opnieuw diefstal gepleegd.

Schrijven gebeurde naast elkaar. In gedeelde kamers. In tijd die samen werd doorgebracht. Het ontstond in nabijheid, niet in afzondering.

Ze zat naast hem, dag na dag.
De typiste. De vrouw naast de schrijver. De onzichtbare concubinne. De uitvoerster op zijn bevel.

Niet één persoon, maar een positie. Een plaats die verschijnt waar schrijven gedeeld wordt, maar erkenning niet.

Ze kende het ritme van zijn zinnen voordat ze ze zag. Omdat ze luisterde. Omdat ze de aarzelingen hoorde, de herhalingen, de zinnen die opnieuw begonnen moesten worden. Haar werk begon vóór het moment waarop tekst zichtbaar werd. Dat werk had geen duidelijke randen. Geen begin en geen einde. En precies daarom werd het zelden als werk herkend.

De onzichtbare schrijfster was geen randfiguur in het schrijven, maar een voorwaarde. Ze verschijnt waar woorden niet uit één hoofd komen, maar uit een relatie. Waar denken hardop gebeurt en iemand anders het opvangt. Ze schrijft niet mee in de heroïek van het auteurschap, maar in de logistiek ervan: wachten, ordenen, corrigeren, opnieuw beginnen, en vergeten worden.

Wat haar kenmerkt, is niet dat ze niets toevoegt, maar dat wat ze toevoegt niet losgemaakt mag worden van degene naast haar. Het blijft relationeel. Afhankelijk. En daardoor gemakkelijk toe te eigenen zonder dat het ooit expliciet wordt weggenomen.

Vóór we het over algoritmes hadden, gebruikten we lichamen. Nabijheid. Relaties. Liefde, soms. Wat wij nu assistentie noemen, heette toen toewijding, huwelijk, ondersteuning — woorden die arbeid verzachten tot karaktereigenschap. Het werk verdween niet omdat het onbelangrijk was, maar omdat het te dicht bij het leven lag om als werk te tellen. Uiteindelijk was het zijn werk. Zij werd dan aan kant geschoven.

Stelen veronderstelt een misdaad tussen gelijken. Een moment van geweld: een hand die grijpt, een object dat verdwijnt. Maar hier is geen breuklijn. Geen incident. Alleen continuïteit. Dag na dag. Een gedeelde praktijk waarin het onderscheid tussen ondersteunen en produceren langzaam vervaagt.

Wat hier gebeurde, was structureel. Een wereld waarin gelijkheid geen voorwaarde was om mee te werken, maar wel om te mogen tekenen. Een systeem waarin sommige stemmen alleen hoorbaar konden worden via de naam van een ander. Maar hoe zij zich voelden, kreeg geen enkele stem.

Dat maakt het ook zo moeilijk om dit moreel te veroordelen. Niemand hoeft iets verkeerd te doen. Het volstaat dat de wereld al heeft beslist wie er mag spreken en wie mag blijven luisteren.

En tenslotte gebeurt het achter gesloten deuren, in de schaduw. Geen haan die ernaar kraait.

Dat je schrijft. Dat je je naam onder woorden zet. Dat zichtbaar zijn in wat je maakt.

Dat is geen vanzelfsprekendheid. Het is een breuk met een lange traditie waarin nabijheid werd verward met beschikbaarheid, en ondersteuning met eigendom. Zichtbaarheid is hier geen ijdelheid, maar een weigering, een rebellie: om nog langer mee te werken zonder te bestaan.

Misschien is dat wat schrijven vandaag kan zijn.
Niet het claimen van originaliteit,
maar het onderbreken van verdwijning.

— Sofia

This website uses cookies. By continuing to use this site, you accept these cookies.  Learn more

error: Content is protected !!