Tussen theorie en praktijk: Over een vak dat steeds minder uitnodigt tot journalistiek
ARTIKEL | 3 min.
Het lijkt er steeds meer op dat journalistiek ergens tussenin is beland. Maar tussen wat precies? Tussen het schetsen van een realiteit en het achter de feiten aanhollen, tussen dweilen met de kraan open in de factcheckcultuur en nu ook het navigeren door AI-algoritmes die verhalen mee vormgeven. Nieuwe vormen van journalistiek dringen zich op, niet alleen om het vertrouwen van het publiek terug te winnen, maar ook om het fundament van goed, origineel en onafhankelijk verhalen vertellen te herstellen.
Niet langer is het alleen de verantwoordelijkheid van de media om te bepalen wat lezers tot zich nemen. Publieksparticipatie en bewustzijn worden essentieel. Misflits, een project dat ik enkele jaren met hart en ziel heb geleid, deed tijdens zijn bestaan als platform (2019–2024) een continue bevraging bij lezers en geïnteresseerden, zowel lokaal als niet-lokaal. Daaruit bleek dat het publiek zich goed bewust is van het feit dat onafhankelijke media, die niet op advertenties steunen, het moeilijk hebben. Het zijn net deze lezers die ervoor zorgen dat zulke content kan blijven bestaan. De grootste groep respondenten viel tussen 25–35 en 45–54 jaar: generaties met vaak weinig tijd en jonge gezinnen, maar die toch betrokken willen blijven bij kwalitatieve journalistiek.
Niet alleen onderzoeksjournalisten staan onder druk, ook de ‘gewone journalist’ bevindt zich vaak op de frontlinie van professionele spanningen. Zelfs jonge stagiairs komen in contact met grote redacties die onethisch handelen, hun eigen richtlijnen overtreden en content gebruiken zonder enige vorm van creatieve erkenning.
Het mooie van freelancen is dat je niet gebonden bent aan een vaste redactie, een baas of strikte organisatorische regels. De realiteit is echter vaak anders. Freelancers botsen regelmatig op exclusiviteitsclausules, onduidelijke tarieven en redacties die eenzijdig bepalen wat een bijdrage waard is. Ook beginnende freelancers worden daarbij vaak nauwelijks gehoord of correct begeleid.
Op papier geniet een freelancer heel wat rechten: je mag je werk factureren, je behoudt meestal je auteursrechten en je hebt recht op afgesproken vergoedingen en betalingstermijnen. Tegelijk moet je als zelfstandige sociale bijdragen betalen en ben je zelf verantwoordelijk voor je pensioen en ziekteverzekering. In de praktijk blijken die rechten vaak moeilijk afdwingbaar. De grens tussen echte zelfstandigheid en schijnzelfstandigheid is bovendien vaag: wanneer een opdrachtgever je structureel aanstuurt, vaste werktijden oplegt, economische afhankelijkheid creëert of je werk behandelt alsof je werknemer bent, kan juridisch sprake zijn van schijnzelfstandigheid. In dat geval zou je eigenlijk als werknemer moeten worden behandeld, met bijhorende sociale bescherming.
Ook het belang van contracten en afspraken kritisch bekijken blijft essentieel, zodat je niet onbedoeld onderbetaald of sociaal onbeschermd werkt terwijl het lijkt alsof je volledig vrij bent. Ook anno 2026 gebeurt dit nog steeds. Maar eenmaal je ergens aan de slag bent, is het moeilijk om iets te zeggen, uit vrees het werk te verliezen. Voor minder zou je op een bepaald moment alles in vraag stellen.
Een concreet voorbeeld: een redactie die zich profileert als radicaal positief vroeg mij een proefstuk te schrijven voor €0. Na het opsturen van enkele eerdere artikelen werd mijn toelichting over haalbare bijdragen en werkvoorwaarden genegeerd. Plots werd een maand later, via een andere collega die vermoedelijk van niets op de hoogte was, aangenomen dat ik twee artikelen per maand zou leveren, zelf foto’s zou aanleveren en zou werken via Creative Shelter (dat auteursrechten beheert) – allemaal zonder overleg. Dat is normaal gezien nu net iets dat de freelancer zelf bepaalt.
Dit toont hoe een mooie filosofie op papier, zoals radicaal positivisme, in de praktijk niet altijd transparant of consequent wordt toegepast. Nochtans werd eerder gesteld dat men voor open dialoog en transparantie staat.
Ook breder blijft het regelen van auteursrechten een struikelblok voor freelancers. Het VVJ-jaarverslag 2024 stelt dat correspondenten bij de VRT niet automatisch een vergoeding voor auteursrechten ontvangen. Externe organisaties zoals Creative Shelter worden vaak ingeschakeld om die administratieve opvolging te verzorgen, maar dat kan leiden tot onduidelijke situaties: wie draagt welke kosten, wie regelt de wettelijke inhoudingen en hoe wordt de roerende voorheffing afgehandeld? Freelancers zijn hierdoor vaak afhankelijk van tussenpersonen om hun rechten correct te laten beschermen.
Het contrast blijft groot: de theorie klinkt mooi, maar de praktijk kan frustrerend zijn. Positiviteit in de journalistiek is pas geloofwaardig wanneer ze haar principes ook effectief in de praktijk brengt. Anders blijft het een concept, een mooie verpakking zonder inhoud. Nieuwe vormen van journalistiek zijn geen luxe, maar noodzaak – al blijven ze schaars. Niet alleen om het vertrouwen te herstellen, maar ook om de basis van onafhankelijk, origineel en ethisch verhalen vertellen opnieuw te versterken.
Voor zowel freelancers als lezers geldt hetzelfde: betrokkenheid, respect en transparantie zijn essentieel. Alleen dan kan journalistiek de sprong maken van papier naar praktijk – en van intentie naar impact.
De eindmeet van Misflits als regionaal journalistiek platform werd in mei van dit jaar bereikt. Na jaren van veel werk achter de schermen, weinig structurele steun en een landschap waarin andere platformen en organisaties graag bepalen wie het juist doet, werd één ding duidelijk: de werkelijke waardering voor onafhankelijke berichtgeving blijft beperkt.
Tenzij je de juiste politieke contacten hebt of sterk bent in lobbywerk. Geen van beide was ooit mijn ambitie. Integendeel, precies daarom werd Misflits opgericht. Schrijven binnen het steeds nauwer wordende kader van wat anderen journalistiek vinden of toelaten is niet meer aantrekkelijk. Mensen zeggen al snel dat ze het niet zouden volhouden of dat ze zich zouden laten intimideren, maar dat is niet echt het punt. Het gaat niet om volhouden of toegeven aan druk, maar om het feit dat het speelveld zelf steeds minder uitnodigend wordt. Het journalistieke landschap is simpelweg onaantrekkelijker geworden. Dat baart me zorgen, zeker voor de toekomstige journalist die nog met een geromantiseerde droom aan dit vak begint.
Misschien is dat wel de essentie van elk ambacht: niet de vraag of het waarde heeft, maar wie bepaalt wat die waarde is en vooral – waarom? Op die vraag heb ik nog altijd geen antwoord.
Daarom blijft MISFLITS nog bestaan als een onafhankelijk -ZINE: een vrijplaats voor essays, korte verhalen, kunst en ongecompromitteerde observaties. Enkel nog gedrukt op aanvraag & te vinden in mijn Writing shop.
Sayonara!